Aandachtsobjecten

Verschil in beoefening tussen vipassana en andere rust gevende meditatie vormen.

De ontwikkeling van “wijsheid” is niet gebaat bij het ondervinden van “rust”; “tevredenheid”; “kalmte”. Vandaar dat vipassana meesters de mediterenden afraden om kalmte of concentratie meditatie gelijktijdig te beoefenen met vipassana. In tegenstelling tot kalmte meditatie, heeft vipassana als kenmerk dat de beoefenaar herhaaldelijk veranderlijkheid, ontevredenheid en niet-controleerbaarheid tegenkomt in het eigen lichaam en geest. Dit maakt dat het mediteren ook vaak gevoeld wordt als ellendig en lijdzaam. Lijden is een rode draad die door de hele “wereldse” vipassana loopt. Pas in de “bovenwereldse” vipassana waarbij de momenten van wijsheid zich manifesteren is men bevrijd van lijden. In vipassana ontwijkt de beoefenaar het lijden niet maar gaat juist er doorheen tot dat het voorbij gestreden is, dan ligt het lijden pas achter.

IMG_20170201_135811

objecten

Verschil in meditatie objecten tussen kalmte en wijsheid meditatie.

Sommige leraren met een niet boeddhistische religieuze achtergrond meenden dat het verschil tussen kalmte of concentratie meditatie en wijsheid meditatie of vipassana ligt in het feit dat bij concentratie meditatie de aandacht een puntig is en bij vipassana de aandacht juist breed verspreid zou zijn. Hoewel dit gegeven ten dele juist is, raakt het slechts de buitenkant van de vraag. De kern ligt echter in het verschil van de aandachtsobjecten, de objecten van meditatie. De vipassana meester U Pandita legt heel scherp uit waar het verschil zit, namelijk dat bij kalmte meditatie het object meestal een concept is en bij vipassana het object altijd de ultieme waarheid moet zijn.

Concept als meditatie object.

Concept wordt begrepen als een beschrijvende herkenning of een inhoudelijke omschrijving gecreëerd door ons bewustzijn van een waargenomen objectief fenomeen. Bijvoorbeeld als een beoefenaar concentreert op een kaarsvlam, richt de beoefenaar de aandacht naar de “vlam”. Vlam is in dit geval een concept, omdat het een inhoudelijk beschrijving en herkenning geeft van de feitelijke consumptie van zuurstof, koolstof en waterstof op de kaars lont. Concepten worden altijd door het bewustzijn gecreëerd ten behoeve van herkenning en controle van de omgeving, zowel materieel als ideëel. Mantras, visualisaties, godsbeelden of Boeddha-eigenschappen zijn dus ook concepten en de uitwerking van deze concepten als aandachtsobject is uiteindelijk de absorptie van de aandacht in het object van de aandacht. De beperkingen die door het ego worden veroorzaakt vallen hiermee af omdat het bewustzijn min of meer volledig is opgenomen door het aandacht object, en dit creëert een existentiële rust, kalmte en een vrede bij de beoefenaar.

Ultieme waarheid als meditatie object.

Niet boeddhisten zeggen vaak dat ultieme waarheid ook een concept is. Dit komt omdat zij niet begrijpen wat de Boeddha bedoelde met ultieme waarheid. Als aandacht naar een extern object wordt gericht dan verschijnt het in het bewustzijn als een concept, zoals in het geval van de vlam hierboven. De werkelijkheid is echter dat er alleen transformatie van moleculen op dat moment plaatsvindt bij de verbranding van de kaars. Het is niet moeilijk te begrijpen dat de eigenlijke werkelijkheid in feite alleen gevormd wordt door de muterende moleculen en dit is de analogie met de ultieme waarheid. Het zelfde geld voor de beoefenaar zelf, als de beoefenaar naar de brandende kaars kijkt dan is de ultieme waarheid bij zichzelf slechts het opvangen van lichtstralen op de oogleden, dus de ultieme waarheid is dat “het oog is aan het zien”. Ultieme waarheid kan grof vertaald worden als de laatste zintuiglijke instantie die een empirische beleving mogelijk maakt, dat is wat de beoefenaar in de laatste instantie ervaart. Bij vipassana moet de beoefenaar de aandacht richten op de ultieme waarheid, omdat alleen deze objecten kunnen de drie universele eigenschappen van lichaam en geest onthullen. Objecten die als ultieme waarheid gelden, kunnen dus niet verder reiken dan de eigenpersoon – de ultieme belevende instantie. Van daar heeft de Boeddha de vier sferen van oplettendheid ter verduidelijking aangegeven van de ultieme waarheid: lichaam (kayanupassana); gevoelens (vedananupassana); gedachten (cittanupasana) en bewustzijns- staten annex objecten (dhammanupassana).

Vipassana bhavana in engels bij Urbandharma (pdf file)

[zie verder bij Inzichtniveaus]

Advertenties

3 gedachtes over “Aandachtsobjecten

  1. Ha Adi,
    Een vraag: ik heb de 4e grondslag nooit goed begrepen. In mijn interpretatie wordt hiermee bedoeld: inzicht in de dhamma. En de dhamma betekent hierin volgens mij: inzicht in de werking van de natuurlijke wetten die ons tot verlichting kunnen brengen / danwel ons doen lijden, én inzicht in hoe we zelf die met die wetten kunnen ‘werken’ tot heil van iedereen.
    Klopt dit?
    Alvast dank voor je reactie.
    Mari

    • Mari, toevallig geef ik nu een Gevorderden Cursus Vipassana, waar wij de 4 de vierde grondslag zullen behandelen op 15 mei a.s. (2012), je bent van harte welkom als toehoorder. Het begint om 19:00.

      Dhamma betekent hier letterlijk de “werkelijkheid” als aandachtsobject, in de tekst van Maha Satipathana Sutta komen de volgende fenomenen aan bod als aandachtobjecten:

      • Hindernissen: De Yogi weet de vijf hindernissen (nivarana) te herkennen; de Yogi begrijpt hoe ze opkomen en begrijpt hoe ze te overwinnen zijn indien ze opgekomen zijn. Ook weet de yogi hoe ze in de toekomst niet meer opkomen.

      • Groepen van hechten: Hij kent de aard van de vijf groepen van hechten (panca upadana khandha) m.n. fysieke vorm, gevoelens, perceptie, conditioneringen en bewustzijn.

      • Zintuigbases: Hij kent de 12 bases (aramana) van elke mentale activiteit (ayatana): het oog en een beeld, het oor en een geluid, de neus en een geur, de tong en een smaak, het lichaam en tastbare dingen, de geest en mentale objecten. Hij begrijpt het ontstaan van de ketenen (samjojana) die afhankelijk zijn van de innerlijke zintuigbases (oog, oor, etc.) en de uiterlijke zintuigbases (beeld, geluid, etc.).

      • Factoren van verlichting: De yogi herkent de factoren van verlichting (bojjhanga); hij weet hoe hij de factoren moet ontwikkelen als ze niet aanwezig zijn en wanneer ze wel aanwezig zijn, dan weet hij hoe deze verder ontwikkeld moeten worden.

      • Vier edele waarheden: Verder begrijpt hij elk van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca).

      Dit betekent dat bij dhammanupassana de yogi voornamelijk te maken heeft met het volgen van:
      1. Bases van de zintuigen.
      2. Cetasika’s, want alle hindernissen, meditatieve factoren en factoren van verlichting zijn cetasika’s (bewustzijnsfactoren).
      3. Nama Rupa, want de onderdelen van groepen van hechten kunnen in twee categorieën van Nama of Rupa worden onderscheiden.
      4. Lijden en de oorzaak van lijden als aandachtobject heeft en daarna het stoppen van lijden en hoe je tot het stoppen gekomen bent.

      In praktijk betekent dit dat in dhammanupassana de yogi eerst zijn aandacht richt op het bewaken van de 6 zintuigen bases en is optijd met het benoemen van: zien; horen; ruiken; proeven; voelen of visualisatie en geestelijk horen (bewustzijn bases c.q. mind base).

      Verder herkent en benoemt de yogi tijdig het ontstaan van gemoedstoestanden want dit is onderdeel van de 5 groepen van hechten. Is opmerkzaam bij het opkomen en vergaan van Nama en Rupa. In tegenstelling tot de drie andere grondslagen wordt het aandachtgebied in dhammanupassana niet beperkt tot alleen Rupa, of alleen Vedana of alleen Citta maar ze worden allen gelijktijdig gevolgd bij het opkomen en vergaan.

      Aandacht is tevens gericht op tekenen van Lijdzaamheid/Ongenoegzaamheid en het Hechten of Identificatie met een fenomeen. Hierdoor wordt de Vier Edele Waarheden begrepen.

      De dhammanupassana betekent dus niet: “inzicht in de werking van de natuurlijke wetten” maar het aandachtig volgen en benoemen van de werkelijkheid zoals het is. Het inzicht in de natuurlijke wetten komt pas naar voren als vrucht van de beoefening als de yogi de fase van praktijk inzicht heeft doorlopen. Zoals je ziet is dhammanupassana eigenlijk de vorm die wij geleerd hadden van wijlen Mettavihari. Andere leraren legen zich toe op Kayanupassana (acharn Naeb) of Vedananupassana (Krishnamurti en Goenka).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s