Schematisch verloop van Vipassana

Het verloop van de vipassana beoefening kan globaal onderscheiden worden in drie fasen:

  1. Voorbereidende fase (parikamma vipassana)
  2. De eigenlijke vipassana (lokiyamagga vipassana/ lokiyacitta)
  3. De bovenwereldse beoefening (lokuttaramagga kammathana/lokutarracitta)

De opbouw van oplettendheid (mindfulness) is een vereiste in de voorbereidende fase. Oplettendheid is de kapstok waaraan de andere meditatieve factoren (panca indriya) van concentratie, energie, geloof en wijsheid zich op kunnen hangen zodat de beoefenaar een staat van geconcentreerde geest (samahita) bereikt. In de voorbereidende fase wordt de beoefenaar n.l. veelvuldig gestoord door de vijf hindernissen (nivarana) d.w.z. twijfel, luiheid/traagheid, boosheid, zorgen/onrust en zinnelijke verlangens. De hindernissen kunnen worden overwonnen door het verwezenlijken van de staat van geconcentreerde geest, die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van de meditatieve factoren die geleid worden door oplettendheid. De geconcentreerde geest is echter gefundeerd op zuiverheid en moraliteit, dwz. zuivere handelingen, zuiver denken en zuiver zien. Hoe zwakker de staat van zuivering is hoe wankeler de vijf meditatieve factoren zijn. Pas op het moment dat oplettendheid troef is en de zienswijze zuiver, betreedt de beoefenaar de fase van voorbereidende vipassana. In deze fase zal de beoefenaar vier inzicht niveaus vergaren die gekenmerkt worden door vooruitgang van begrip en onderscheid in de eenheid van lichaam en geest.

Op het moment dat door het volgen en observeren van het specifieke objectfenomeen (sabhava), een van de drie universele kenmerken van zowel lichaam en geest zichtbaar wordt, ontstaat het besef van vergankelijkheid in de objecten. Op het moment dat de drie universele kenmerken zichtbaar worden begint de eigenlijke vipassana.  In de vipassana fase speelt voornamelijk het begrip yogavacara (methodologie) een rol. Yogavacara staat voor de vijf dhammas die nodig zijn om de 8 eigenlijke inzichtniveaus te kunnen passeren, m.n. discipline (sikha); verstandig overwegen (yoniso manasikara); ijver (atapi); oplettendheid (sati) en juist begrijpen (sampajañña). In deze fase neemt de yogavacara de taken over van de eerder genoemde vijf meditatieve factoren, omdat de beoefenaar niet langer de hindernissen ontwijkt maar juist tegemoet komt en observeert, zodat de oorzaken daarvan zichtbaar worden. Dit vereist de bereidheid om het lijden te aanvaarden en geduldig te ondergaan, tot dat de ware oorzaken goed gezien en begrepen worden. Pas in het twaalfde niveau van inzicht dringt bij de beoefenaar het totaal beeld door en het verloop van alle inzichtstadia. De beoefenaar weet dan dat het onderzoek van de aard van lichaam en geest voltooid is.

Na het bereiken van het twaalfde inzicht is officieel de beoefening van vipassana beëindigd. Dit geeft aan dat vipassana alleen betrekking heeft op het wereldse gebeuren en als vrucht de mogelijkheid van het overstijgen van het wereldse bewustzijn biedt. Als het mee zit dan zal in het dertiende tot en met het vijftiende kennisniveau het “bovenwereldse” empirisch te ervaren zijn. Na het verkrijgen van dit vruchtbewustzijn is de taak van de beoefenaar om vaardigheid te verkrijgen in het in- en uittreden van Nibbana, of wel het realiseren van “”opheffing van alle waarneming en bewustzijn”.

[Naar de-10-vipassana-hindernissen]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s