Inzichtniveaus

De drie universele kenmerken.

Alleen de vier sferen van oplettendheid voldoen als objecten van ultieme waarheid. De rede hiervoor is dat bij het observeren van deze objecten de beoefenaar herhaaldelijk geconfronteerd wordt met veranderlijkheid, ontevredenheid en niet-controleerbaarheid (annica-dukha-anatta). In feite zal de beoefenaar de drie kenmerken herhaaldelijk  terugvinden niet alleen in gevallen die beduidend lijdzaam zijn (geboorte, oud worden ziekte en dood) maar ook in de vreugdevolle en goede gevallen (vreugde zal afmatten, vervalt in verveling, zinloosheid, onhoudbaarheid van goede tijden etc.). Veranderlijkheid, ontevredenheid en niet-controleerbaarheid annex ontbreken van een intrinsieke waarde (annica-dukha-anatta) in alle fenomenen wordt de drie universele kenmerken genoemd (Tilakhana). Het zien van de drie universele kenmerken gebeurt bij het 4de inzichtniveau en zal in hevigheid en verfijning toenemen tot aan de 11de inzichtniveau. Het is een voorwaarde voor het deconditioneren van het bewustzijn van de normale werking zodat het uit eigen toedoen kan “uitdoven” (nibbana). Het zien van de drie universele kenmerken en het bereiken van inzichten moet ook niet begrepen worden als een zuiver rationeel gebeuren, in werkelijkheid worden deze verworvenheden aangetoond door lichamelijke en emotionele reacties, die soms heftig kunnen zijn. De begeleiding van een ervaren leraar is in deze situatie gewenst om de beoefenaar te behoeden voor impasse en of psychiese stagnatie.

16 vipassana inzichtniveaus (ñanakatha).

(KLIK op bovenstaande om naar een lijst van inzichtniveaus in Pali te gaan)

Uit het bovenstaande is duidelijk dat vipassana nauw verbonden staat met een reeks van oplopende inzichten, in totaal zijn er 16 niveaus van inzichten. De laatste 4 niveaus zijn “bovenwereldse” (lokutaracitta) belevenissen en de andere 12 inzichtniveaus zijn “wereldse” belevenissen (lokiyacitta). Bij de twaalf wereldse vipassana belevenissen horen de eerste vier inzichten niet echt in vipassana maar in een vipassana voorstadium (parikamma vipassana). Alleen op het moment dat de drie universele eigenschappen een blijvende invalshoek van beoefening is geworden dan begint de eigenlijke vipassana, dit gebeurd vanaf het 5de inzichtniveau to aan het 9de inzichtniveau. Het 10de en het 11de inzichtniveau vormen belangrijke momenten omdat hier het los laten en heroriëntatie door het bewustzijn plaats vindt – zonder bewuste ingreep van de eigen “zelf”. Wanneer de ervaringen en belevenissen van de 1ste negen niveaus tot heilzaamheid heeft geleid dan kan in de 13de inzichtniveau een sprong naar het bovenwereldse gemaakt worden. Gebeurt het niet door een of ander reden dan keert de beoefenaar terug naar het 5de niveau en begint opnieuw op te klimmen naar het 12de niveau. Officieel is het 12de niveau ook het einde van vipassana beoefening, omdat de 13de tot en met de 16de inzichtniveaus nogal afhankelijk zijn van karmische vruchten (kusala vipaka) en het bereikte niveau van vervolmaking (parami). In de eerste vier inzichtniveaus van de voorstadium leert de beoefenaar de aandacht naar zichzelf te richten en onderscheid te maken tussen het eigen lichaam (rupa) en de geest (nama); van oorzaak en gevolg.

[verder naar Geest en Lichaam]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s