Waarom Dana principe?

HET DANA PRINCIPE IN BOEDDHISME

In het Pali heeft het word dana verschillende betekenissen van geven, vrijgevigheid, donatie of ruimhartigheid. In de leer van de boeddha spelt het begrip dana een belangrijke rol. In de 10 perfecties (dasa parami) wordt dana parami als eerste eigenschap genoemd van een volmaakte persoonlijkheid. Het wordt gezien als de belangrijkste stap in de innerlijke bevrijding van boosheid, begeerte en verblinding, dat zelfs eerder geplaatst werd dan moraliteit (sila) en wijsheid (pañña).

Dana is tevens de uitdrukking van de waardering, band, en saamhorigheid tussen de gever en ontvanger. Het is een uitdrukking van reprociteit tussen de mediterende en het centrum of de leraar. Het is de bijdrage van de mediterende om de sangha van beoefenaren (kamathana) draaiend te houden. Dana wordt onderscheid in materiële dana, diensten dana en dhamma dana. Materiële dana is het schenken van geld en goederen; diensten dana is het vrijwillig verrichten van werkzaamheden en het geven van goede wensen; terwijl dhamma dana is het vrijwillig geven van kennis en onderricht van de Boeddha aan derden. Dana is direct verbonden met het verkrijgen van goede verdiensten (puñña kusala) die nodig zijn om nibbana te bereiken.

img_20161215_151349.jpg

 

De Boeddha zelf zei: “Annutaram puñña kattham ”, m.n. dat de aller grootste verdiensten dat door dana verkregen kan worden is door aan de sangha (van monniken) te doneren. De hoogte van de verdiensten door een gever is verbonden met de hoogte van de sila (moraliteit) van de ontvanger. Dus het geven aan een arahat of een monnik geeft meer verdiensten dan hulp aan rampen slachtoffers of bedelaars enz. Letterlijk werd genoemd dat de kleinste verdiensten worden verkregen door het helpen van dieren en andere wezens die geen kennis hebben van moraliteit. Dana is dus een begrip dat direct de erkenning aangeeft van de gever dat de sila (leefregel in de zin van moraliteit) van de ontvanger bepalend is voor de eigen spirituele ontwikkeling van de gever.

De beste manier voor een boeddhist om rendement uit de dana te halen is daarom om telkens bij het schenken van de dana om even bij stilte staan en de voornemens in het hart uit te spreken (adhithana) “moge mijn gift de voorwaarde voor realisatie van nibbana worden”. Vooral voor de mediterende is het kanaliseren en concentreren van alle goede verdiensten voor het bereiken van nibbana belangrijk, daarmee wijs de mediterende alle verdiensten toe aan het doel van zijn oefeningen en verspilt het niet aan wereldse of andere bovenwereldse neven doeleinden.

In de voetstappen van enkele eeuwen lange traditie van de Boeddha dhamma, berusten wij op het feit dat de leer van de Boeddha geen bezitter heeft en kan dus niet verkocht worden als koopwaar. De meditatie leraren en begeleiders hebben hun dhamma gekregen als vrucht (vipaka) van eigen verdiensten (puñña) in het verleden en zijn nu toe op hun beurt om de dhamma door te geven aan andere zoekende. Bij het bereiken van het vermogen om de dhamma op de juiste wijze door te geven, is het van belang dat de “waarheid” zuiver en vanuit het hart wordt doorgeven zonder persoonlijke winst oogmerk. De dhammapada schrijft:

Sabbha danam dhammang danam cinnati

Van alle giften is het geven van dhamma (waarheid) het hoogst.

Direct doneren aan het Meditatiecentrum

Advertenties

6 gedachtes over “Waarom Dana principe?

  1. Pingback: Je lessen Chi Neng/Zhineng Qigong gratis weggeven en toch geld verdienen? | QiTalks

  2. Mari,

    Je haalt hier een belangrijke onderwerp aan m.b.t. opmerkzaamheid.
    De teksten die ik ken noemen meestal dat de meeste heilzame verdiensten (puñña) worden verkregen vanwege de heiligheidsgraad van de ontvanger, Acharn Yuttadhammo een Canadese monnik beweerd dat dit een wetmatigheid is van de absolute moraliteit.

    Opmerkzaamheid in de vorm van Sati is geen kamma veroorzaker maar kamma bevrijder, dw. elke daad waarbij opmerkzaamheid en het tijdig benoemen aanwezig is, is vrij van hechting dus heeft geen bezitter. Kamma wordt niet geaccumuleerd vanwege de aanwezigheid van oplettendheid, oplettendheid is de kamma verbreker. Als dit voor onheilzame handelingen geldt dan geldt dit logischerwijs ook voor de heilzame handelingen. Sati verbreekt de binding tussen de verrichter van daden met de daad, zij het goed of slecht.

    Wil in de vorm adhitana is echter de accumulator van vruchten. Adhitana kan je het beste als intentie of besluit vertalen. Dit is ook de instantie die je bewust maakt (maar dit is geen oplettendheid ) van de richting en kwaliteit van de daad die je gaat verrichten. Dus wanneer oplettendheid de band met de daad verbreekt, bij adhitana wordt juist de hechting opzettelijk versterkt. Wordt dit toegepast op heilzame daden dan wordt de terugkaatsing van heilzame vruchten versterkt.

    Kortom, de kwaliteit van de vrucht van Dana wordt dus bepaald door de heiligheid van de ontvanger en de sterkte door de vastberadenheid van je adhitana (bewuste voornemens of besluitvorming).
    Oplettendheid heeft in het Pali verschillende benamingen met verschillende uitwerkingen, elk benaming specifiek voor een bepaald uitwerking. Het is daardoor dat bij ons mogelijk dat adhitana verward wordt met oplettendheid, maar dat is het niet. Oplettendheid verbreekt de binding tussen de daad en de dader.

    Daarentegen wordt oplettendheid wel de hoogste Sila genoemd, als het toegepast wordt ter bewaking van de 6 deuren van de zintuigen. Dit geeft aan dat in de hogere vipassana inzichten de yogi volledig gelijkmoedig tegenover goed of kwaad staat, maar afwijzend tegenover de activiteiten van lichaam en geest. Dit stadium staat echter ver weg van de situatie van de beginnende yogi die nog veel gesteund moet worden door goede verdiensten, zuivering, juist begrijpen en vastberadenheid.

    • Ha Adi,
      Ik had je nog niet bedankt voor je reactie: bij deze! Er valt nog veel meer over te zeggen lijkt mij, en er komen ook andere vragen bij mij op wanneer ik jouw reactie lees. Maar die zijn wellicht voor een andere keer 🙂
      Mari

  3. Hallo Adi,

    Dank voor je uitgebreide reactie. Ik begrijp het nu beter, maar nog niet helemaal. Laat ik in plaats van het woord ‘Boeddha’, de term ‘verlicht persoon’ gebruiken.

    Als ik het goed begrijp zeg jij dat het klopt dat wanneer iemand op een zeer opmerkzame manier een worm redt, dat dit meer positief kamma genereert voor de redder, als wanneer diezelfde persoon onachtzaam een verlicht persoon redt. Toch?

    Wat voor mij dan nog onduidelijk is, is of de mate van verhevenheid van de ontvanger ook positief kamma genereert bij de gever van de dana, ook al was die gever niet opmerkzaam toen hij de dana gaf?

    Dank alvast voor je reactie. Mari

  4. Ha Adi, las net jouw verhaal over dana.

    Dank voor je mooie omschrijving.

    Een vraag over de verschillende vormen van dana en het kamma dat hierdoor gegenereerd wordt. Ik begrijp dat als je een boeddha redt, dat dit veel goed kamma geeft, doordat deze boeddha door kan gaan met zijn werk ten behoeve van het einde van het lijden in het universum.
    En dat als je een worm redt, dat dit niet veel impact op het universum heeft en daardoor ook weinig goed kamma genereert.

    Toch lijkt mij de intentie en de aandacht waarmee iemand dana beoefend misschien wel belangrijker als wie ermee geholpen wordt.

    Met onachtzaamheid een Boeddha redden, zonder dat je door hebt dat het een Boeddha is, zal denk ik niet veel goed kamma voor jezelf opleveren.
    De worm zal weinig dankbaarheid betonen voor zijn redding. Hij heeft niet door wat er gebeurt. Hij leert je dat jouw ego er niet toe doet. Een worm redden in volledige aandacht genereert dan denk ik meer goed kamma als het redden van die Boeddha. In die zin doet de mate van sila van de ontvanger er dan minder toe voor jouw kamma.

    Evengoed is het universum beter af met de geredde Boeddha natuurlijk 🙂

    Ik ben benieuwd naar je reactie.

    Hartelijke groet,
    Mari

    • Beste Mari in de dhamma,

      Je hebt goed de richting van het betoog herkend maar de essentie verkeerd opgevat, dan wel hierdoor:
      De Boeddha is reeds heen gegaan, in het niets opgelost en zal nooit meer herboren worden. De Boeddha zelf kan dus de dana niet meer gebruiken. Je constateert dan ook terecht dat “de intentie en de aandacht waarmee iemand dana beoefend misschien wel belangrijker als wie ermee geholpen wordt”, echter degenen die geholpen wordt is jezelf. De goede verdiensten of positieve kamma worden immers gegenereerd door het vrijwillig afstaan en schenken van kennis en rijkdom. De goede kamma bepaalt de richting van de huidige en toekomstige bestaan in een oplopende ontwikkeling, met als uiteindelijke doel het oplossen in nibbana, volledig verlicht en verlost.

      Dana in de vorm van materiële giften en ook door het verspreiden van de leer van de Boeddha wordt daarom ook besteedt aan gewone levende wezens. Hoe komt dat? Omdat bij het heen gaan van de Boeddha wat overgebleven was slechts de kwaliteit van verlichting (Boeddha) bij de achtergeblevenen, zijn uiteenzetting hoe de werkelijkheid in elkaar zit zoals uitgelegd is in zijn leer (dhamma), en de gemeenschap van zijn leerlingen en praktiserende yogi’s in de vorm van de gemeenschap van monniken en leken (Sangha). Van deze drie gegevens is de Sangha het meest essentiële voor de levenden en alle waarheid zoekers, omdat het de enige plaats is waar de conservatie en verspreiding van Boeddha’s leer, de dhamma, plaats vind. Het is de combinatie van Sangha en de juiste beoefening van de dhamma die de verlichtingskwaliteit in ons kan ontsluieren.

      Dus in praktijk wordt de hoogste dana gegeven aan meditatie monniken en meditatieleraren, tempels en meditatiecentra, waarbij een hogere verlichtingsgraad reeds is gerealiseerd. Op zijn beurt geeft de versterkte positieve kamma een versnelde uitwerking in de eigen meditatie praktijk waardoor sneller inzichten en zuiveringen worden gerealiseerd. Op het moment dat je de aller laagste vorm van zuivering bereikt hebt ben je al meer waardevol voor andere levende wezens dan jezelf denkt. Je eigen bevrijding is de mogelijkheid voor anderen om in de bevrijding te geraken. Mijn leraar zei ooit: als je blut bent kan je ook niemand een kapitaal belenen.
      De Boeddha heeft daarom ook nooit willen beweren dat “jouw ego er niet toe doet”, hij zei alleen: ik heb je niet geleerd om je ego (atta) te volgen, noch heb ik je geleerd om het niet te volgen, wat ik verkondigd heb is de 4 edele waarheid, het 8voudig pad.

      Wat hiermee bedoeld is dat je als yogi je ego nodig hebt om te kunnen ontwikkelen, maar je hoeft niet naar je ego te luisteren als het om bevrediging van mentale en zintuiglijke prikkelingen en genot gaat. Je bent immers je ego niet (anatta), de ego is slechts een conditie die voort gekomen is uit de samenvoeging van vlees en psyche. In feite is de ego geen ik maar constructie die slechts je belang dient. Als wijsheid gaat ontkiemen dan zal vanzelf je belangen gaan verschuiven van het grove en zintuiglijke naar het ongeconditioneerde. In dit proces heb je helaas de hulp van je ego nodig, om de discipline op te kunnen brengen, om de noodzakelijke keuzes te maken enz., zolang je maar weet dat het niet jezelf is maar je instrument! En dit is de ware zin van aandachtigheid of oplettendheid (sati).

      Door dana is het mogelijk dat je positieve kamma bezit, door positieve kamma is het mogelijk dat je aan de Sila vasthoud, door de Sila is het mogelijk dat aandachtigheid ontstaat, door aandachtigheid is het mogelijk dat wijsheid ontstaat, en door de aanwezigheid van wijsheid is het mogelijk dat een moment van bevrijding plaatsvindt. Dit alles doordat je bereid was om dana af te staan aan een levende, verheven instantie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s